Een ingevorderd rijbewijs heeft direct grote gevolgen voor uw werk, onderneming of gezin. Toch mag u pas weer rijden als u uw rijbewijs feitelijk terug heeft. Stapt u tussentijds toch achter het stuur? Dan pleegt u een misdrijf en riskeert u een geldboete of werkstraf.

Invorderingsbevoegdheid wegenverkeerswet

De bevoegdheid tot invordering van het rijbewijs is geregeld in artikel 164 Wegenverkeerswet. De politie kan een rijbewijs onder meer invorderen bij rijden onder invloed, ernstige snelheidsovertredingen of gevaarzettend rijgedrag.

Na invordering moet de officier van justitie binnen tien dagen beslissen of het rijbewijs wordt ingehouden. Dit termijn wordt in de praktijk regelmatig onderwerp van discussie.

Verkeerde werkwijze verbalisanten?

Een opvallende uitspraak volgde begin 2025 van de Rechtbank Noord-Holland.[1] In die zaak werd het klaagschrift van de bestuurder gegrond verklaard omdat de politie het rijbewijs pas vorderde nadat het proces-verbaal al was afgerond.

De rechtbank verwees daarbij expliciet naar oudere rechtspraak van de Hoge Raad en overwoog dat de bevoegdheid tot invordering beperkt is tot het moment waarop het proces-verbaal wordt opgemaakt. Omdat de politie te laat handelde, was de invordering onrechtmatig en moest het rijbewijs worden teruggegeven.[2]

Tien-dagentermijn blijft de eis

Ook de Rechtbank Zeeland-West-Brabant benadrukte recent het belang van de wettelijke beslistermijn.[3] In de uitspraak kon de rechtbank niet vaststellen dat de officier van justitie tijdig had beslist over de inhouding van het rijbewijs.

Omdat de beslissing niet voldoende gedateerd was en de kennisgeving buiten de wettelijke termijn leek te vallen, verklaarde de rechtbank het klaagschrift gegrond en gelastte zij de teruggave van het rijbewijs.

In de praktijk geld dus indien dat de officier van justitie de procedure zorgvuldig dient te documenteren, gebeurd dit niet? Dan kan dit directe gevolgen hebben voor de rechtmatigheid van de inhouding van het rijbewijs.

Klaagschrift steeds belangrijker instrument

Uit recente uitspraken blijkt dat een klaagschrift ex artikel 164 lid 8 WVW in veel gevallen geen gelopen koers is.  Een klaagschrift biedt voor vele de oplossing. Rechters toetsen namelijk heel kritisch of:

  1. de invordering van het rijbewijs op de juiste wijze heeft plaatsgevonden;
  2. het Openbaar Ministerie tijdig heeft beslist;
  • de inhouding voldoende is gemotiveerd.

Voor bestuurders die geconfronteerd worden met een ingevorderd rijbewijs, is direct optreden van groot belang. Is uw rijbewijs ingenomen? Dan is het raadzaam om een advocaat te raadplegen.

Een gespecialiseerde advocaat kan de officier van justitie direct verzoeken het ingevorderde rijbewijs terug te geven. Bij een afwijzing start de advocaat een klaagschriftprocedure bij de rechtbank. Door de inzet van een strategisch opgebouwd klaagschrift wordt de kans op een snelle teruggave gemaximaliseerd en kan de periode waarin u uw rijbewijs kwijt bent substantieel worden verkort.

Indien u hierover vragen heeft, neemt u dan vooral contact op met ons kantoor. U kunt een e-mail sturen aan  aghonim@kalbfleisch.nl  of bellen naar het telefoonnummer 023-532 51 77.

Wij helpen u graag verder.

[1] 3 maart 2025, rechtbank Noord-Holland, ECLI:NL:RBNHO:2025:2316, onder beoordeling.

[2] 3 maart 2025, rechtbank Noord-Holland, ECLI:NL:RBNHO:2025:2316, onder beoordeling.

[3] 23 juli 2025, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, ECLI:NL:RBZWB:2025:4804, onder beoordeling.